Nanowrimo: verliezer of winnaar?

26 november 2007

De mensen vallen stil als ik in de kring mijn plek inneem. De groepsleider kucht en knikt mij bemoedigend toe. Moet ik nu echt? Het meisje naast me stoot me aan. Oké, oké, ik zeg het!

“Mijn naam is T.A.P. en ik ben een Nanowrimo-verliezer.”

De groep antwoordt: “Hallo, T.A.P. Welkom in de groep.”

Zo, het hoge woord is eruit. En het lucht inderdaad op!
Vervolgens vertelt de groepsleider het standaardverhaal dat er geen Nanowrimo-verliezers bestaan, er zijn alleen maar winnaars. Nou ja, de echte winnaars halen aan het eind van november de 50.000 woordengrens. En de rest zijn… nou, niet verliezers, aldus de groepsleider. Ik weet het niet hoor. Elke keer als ik weer zo’n Nanowrimo-pepmail in de mailbox krijg, voel ik dat de onderliggende boodschap is dat ik GEFAALD heb.

Nu wist ik al, voordat ik me opgaf, dat de kans groot was dat ik het niet zou halen. Door een onverwachte ziekte en het langzame herstel, zit – eh, vooral lig – ik al bijna twee maanden thuis. Dat betekent dat ik, in tegenstelling tot de andere NUSA’ers, zeeën van tijd zou moeten hebben om te schrijven, maar ik was (en ben) fysiek en mentaal niet bepaald op mijn best. De eerste twee dagen van november was ik relatief sterk en kon ik een behoorlijk stuk schrijven. Daarna viel ik terug en liep ik al snel enorm achter op het meedogenloze Nanowrimo-schema van bijna 1700 woorden per dag. Mijn motivatie was snel weg.

Waarom ben ik dan toch aan Nanowrimo begonnen? Om iets te leren! En ik kan, zelfs maar na twee dagen schrijven, toch mijn persoonlijke resultaten presenteren:

  1. Het heeft voor mij heel bevrijdend gewerkt om “zomaar” te beginnen met schrijven. Ik had wel een idee van waarover mijn verhaal moest gaan, maar ik had niets gepland en wilde kijken waar het verhaal en de karakters me naartoe zouden leiden. Dat was een interessante en leuke ervaring. En het werkte ook, al was het voor even.
  2. Door niet meteen elk klein dingetje te redigeren – of zelfs: helemaal niets te redigeren – kwam ik daadwerkelijk vooruit. Ook dit werkte heel bevrijdend: ik had de strenge criticus in mij aan een stoel vastgebonden en de mond gesnoerd, en ik kon op die manier doorschrijven zonder elke zin meteen weer te willen wissen.

Ik kwam bij deze lesjes ook wel negatieve dingen tegen: door zomaar, zonder plan, te gaan schrijven, liep ik toch wel snel tegen een muur op. In het tweede hoofdstuk werkte ik met een nieuw karakter, dat ik minder goed kende dan het karakter in hoofdstuk 1, en ik wist gewoon niet wat ze ging doen. Ook bevond ze zich in een paleis, waar ik eigenlijk geen idee van had hoe het er van binnen uitzag. Zulke dingen kan ik toch beter van tevoren uitdenken, zodat ik tijdens het schrijven niet vastloop en uit het ritme raak. En doordat ik niks redigeerde en hoofdstuk twee zo slecht uit de verf kwam, wist de criticus zich toch te bevrijden om aan mijn motivatie te knagen: het was vreselijk! Zo kon ik niet verdergaan… En dat deed ik dus ook niet, vooral toen mijn gezondheid ook in de weg ging zitten.

Toch heeft Nanowrimo me hernieuwd enthousiasme voor het schrijven bijgebracht. Het dwong me om met bepaalde vaste patronen te kappen en om nieuwe dingen te proberen. Ik weet nu dat ik moet proberen om een tussenweg te vinden tussen totale vrijheid en uitvoerige planning met het schrijven. En ik moet absoluut stoppen met het redigeren van elk klein detail dat ik weet te vinden: dat kan altijd later nog!

En, tot slot, ben ik nog steeds heel enthousiast over het verhaal dat ik met Nanowrimo wilde gaan schrijven. Ik ga het tijd geven om te rijpen, om dingen verder uit te werken, om het zo beter te maken. En hopelijk levert dat straks dan alsnog een boek op, al is het dan niet voor het eind van november. Zo voel ik me zeker geen verliezer, maar een winnaar.

Plaats een reactie