Het schrijversbestaan
12 juni 2008Schrijven als fulltime baan. Dat is iets waar veel auteurs toch wel van dromen. Dat je puur en alleen kunt leven van de opbrengsten van je schrijfwerk. Dat het schrijven niet langer gebonden is aan de avonduren, maar dat je gewoon midden op de dag pen en papier (of de digitale variant) ter hand kunt nemen om je diepste zielenroerselen op te schrijven en er nog voor betaald wordt ook.
Als parttime vertaler kan ik alvast een beetje proeven aan dit schrijversbestaan. Minimaal drie dagen per week zit ik de hele dag in mijn eentje achter mijn laptop te vertalen. En ik kan je vertellen dat dat nog lang niet meevalt.
Op het eerste gezicht lijkt dit soort werk helemaal niet zoveel te verschillen van andere banen. Ik begin rond een uurtje of 9 in de ochtend en ga door tot een uurtje of half 6 in de middag (mits er geen deadline aan zit te komen, want dan worden er vaak in de avond nog wel wat uurtjes aan vast geplakt). Toch heeft dit soort creatieve beroepen ook een aantal unieke kenmerken. Dingen waar je misschien niet meteen aan denkt bij het idyllische plaatje van een beroemde auteur, zwoegend aan zijn bureau. Maar die dingen kom je maar al te snel tegen als je daadwerkelijk als schrijver of vertaler aan de slag gaat.
Zo vergt vertalen - net als schrijven - nogal veel van je creativiteit. En dat brengt een aantal beperkingen met zich mee. Ten eerste heb ik gemerkt dat creativiteit iets is wat nogal kan fluctueren. Het ene moment schud ik de zinnen zo uit mijn mouw, terwijl ik het volgende moment zit te zwoegen om nog een fatsoenlijke Nederlandse zin op papier te krijgen. Dat is dus iets om rekening mee te houden bij een planning. Gun jezelf voldoende tijd, want inspiratie en creativiteit zijn niet af te dwingen. Ten tweede is creatief bezig zijn behoorlijk intensief. Het vreet aardig wat energie. Na een uurtje of anderhalf bezig te zijn, merk ik dat mijn concentratie behoorlijk verslapt en wordt het steeds moeilijker om nog goed te vertalen. Na een pauze kan ik er dan wel weer tegenaan, maar aan het eind van de dag ben ik creatief gezien toch behoorlijk leeg.
Daarnaast is er het probleem van eenzaamheid. Schrijven en vertalen zijn bezigheden die je toch vooral in je eentje uitvoert. En persoonlijk behoor ik dan weer tot het slag vertalers dat ook nog het liefst niemand om zich heen heeft tijdens het vertalen. Maar ik ben geen kluizenaar. Integendeel. Mijn drang naar rust, stilte en leegte beperkt zich uitsluitend tot de momenten waarop ik aan het werk ben. Maar ik ben natuurlijk niet de hele dag aan het werk. Pauzes zijn ook een belangrijk onderdeel van de dag. Helaas moet je die als vertaler toch ook vaak noodgedwongen alleen doorbrengen. De meeste andere mensen zijn dan immers ook aan het werk en je kunt moeilijk bij hen langskomen op kantoor en aanschuiven in de kantine.
En dan is er natuurlijk nog de zelfdiscipline. Natuurlijk, als vertaler en als schrijver ben je eigen baas. In principe kun je werken wanneer je maar wilt. Ik hou meestal de normale kantooruren aan, maar dat hoeft natuurlijk niet. Niemand die loopt te klagen als ik eens zin heb om van 11 uur ’s avonds tot 7 uur ’s ochtends te werken. Maar deze vrijheid betekent nog niet dat je dan maar wat aan kunt klooien. Want zowel vertalers als schrijvers hebben toch meestal wel te maken met het fenomeen van de deadline. Uitgeverijen willen nu eenmaal graag weten wanneer ze een boek kunnen verwachten, zodat zij het van tevoren voldoende kunnen promoten. En aangezien je je uitgevers toch maar liever te vriend houdt, zul je echt wel een bepaald aantal uren moeten maken per dag om die deadline te halen. Dat vergt nogal wat zelfdiscipline, want de uitgevers komen niet tussendoor bij je langs om je een schop onder je kont te geven. Dat zul je dus zelf moeten doen.
Nu wil ik mezelf zeker niet beklagen. Het vertalersbestaan bevalt me prima en de voordelen zijn veruit in de meerderheid: ik ben lekker creatief bezig, mijn werk is zeer afwisselend, ik ben behoorlijk vrij in het indelen van mijn tijd en ik heb geen lastige baas of irritante collega’s die aan mijn kop lopen te zeuren. Maar het werken als vertaler heeft er wel voor gezorgd dat mijn idyllische beeld van het schrijversbestaan flink is genuanceerd. Want ook al denken veel mensen van niet, schrijven is weldegelijk een echte baan en auteurs zijn harde werkers!
Plaats een reactie