Bouwput
23 juni 2008Elke dag fiets ik door een wijk die de lijst van Vogelaar net niet gehaald heeft. Deze wijk hoeft niet door het Rijk gepimpt te worden, omdat de gemeente al voor Vogelaars prachtwijkplan had bedacht wat er gedaan moest worden.
Dus nu is mijn fietsroute naar het station elke week anders door opgebroken wegen, colonnes vrachtwagens die af en aan rijden met puin, en wegafzettingen bestaande uit oude mannetjes die naar de sloopwerkzaamheden staan te kijken. Elke ochtend vrees ik voor een lekke band, wanneer ik door glas fiets dat uit ramen is geslagen. Op een bepaald stuk moet ik mijn adem in houden en heel hard doorfietsen. Uit de slooppanden rijst namelijk een stank op, die je knock-out kan slaan. En elke avond vraag ik me af hoe de bouwputten er de volgende dag bij zullen liggen, en wat het eindresultaat zal zijn.
Afgezien van de frustraties van de omleidingen, is er dus een lichtpunt: de wijk wordt mooier. Al duurt het wel lang: bij het grote sloopwerk zag je elke dag vooruitgang, nu het terrein bouwrijp gemaakt wordt ziet het er al weken uit als een troosteloze vlakte. Maar die stadse prairie heeft potentie, in mijn fantasie verrijzen er nieuwe woonhuizen, kantoorruimte, een schooltje en een pleintje met een fontein. Op de straat spelen kinderen in kleurige kleding met ballen en hoepels. Moeders en vaders carpoolen ’s ochtends in hun hybride automobielen naar het werk. De zon schijnt altijd en de wereld is mooi.
Ok, misschien een beetje te utopisch, maar een mens moet dromen hebben, niet waar? Het doet me in ieder geval beseffen dat het neerslaan van een oude wijk heel veel ruimte biedt voor ontwikkeling. Zal het met verhaalideeƫn hetzelfde gaan? Al jarenlang liggen er enkele halve plotten en een dozijn personages op de plank, en af en toe wil ik daar iets mee doen. Of het nou verder ontwikkelen is, of het toch maar meteen gebruiken voor een kort verhaal. Het moet in ieder geval van die plank af. Maar het ligt niet voor niets al jaren op de plank. Het lukt me niet, het plot en de verhaalwereld komen niet verder van de grond. Het is een kille, levenloze wereld, waar de ontwikkeling stil staat. En stilstand is achteruitgang. Misschien moet het gewoon gesloopt worden: rijd de bulldozers er maar in, sloophamers gezocht. Platwalsen, neermaaien, doodschieten en afbranden die hap. Helemaal weg, zodat ik op een kale kavel opnieuw kan beginnen aan mijn Utopia.
Terwijl ik dit opschrijf begin ik zelf al terug te krabbelen. De conservatieveling in mij wordt wakker en ketent zich vast aan de bomen in de plotwereld. Personages komen in protest en barricades worden opgegooid. En mijn hart doet pijn, hoe heb ik die geliefde karakters ooit dood kunnen wensen? De verhaalideeƫn zijn me meer dierbaar dan ik vermoedde, schoon schip maken gaat me toch echt niet lukken, ondanks die talloze keren dat ik wanhopig naar de stapel papieren keek en me er van afwendde.
Ik moet maar genoegen nemen met de langzame ontwikkeling die al mijn verhalen tegenwoordig doormaken. Hopelijk inspireert die wijk in ontwikkeling mij dagelijks tot het werken aan de bouwput in mijn hoofd.
Plaats een reactie