De Stenen Muur van de Schrijver: Vijand… of Vriend?
8 september 2008In mijn vorige schrijfblog had ik het over Randy Pausch*, die mij inspireerde tot het nadenken over mijn kinderdromen. Wat mij verder opviel aan zijn presentatie, was zijn idee van de ‘brick wall’. Je komt tijdens je leven af en toe een muur tegen: je loopt er tegenaan terwijl je jouw dromen probeert te verwezenlijken. Elke schrijver zal zulke opgeworpen barrières tegenkomen, maar het belangrijkste is: hoe ga je daarmee om?
Randy vertelde tijdens zijn last lecture het volgende over de stenen muur: “The brick walls are there for a reason. The brick walls are not there to keep us out; the brick walls are there to give us a chance to show how badly we want something. The brick walls are there to stop the people who don’t want it badly enough. They are there to stop the other people!” (bron: wikiquote/randypausch)
Als beginnende schrijver kun je bijvoorbeeld uitgeverijen als een enorme, beangstigende muur zien: je stuurt je manuscript naar verschillende uitgeverijen op, maar het wordt overal geweigerd, en ook nog eens vol rode strepen teruggestuurd. Zet je dan door? En durf je überhaupt wel wat van je eigen werk naar een uitgever te sturen?! Hier is namelijk een interessant feit: er zijn zo’n 1 miljoen amateur schrijvers in Nederland. En talent is blijkbaar zo moeilijk te vinden, dat Uitgeverij Contact er een schrijfwedstrijd voor uitschreef. Ik denk dat niet veel mensen ervoor uitkomen dat ze een boek schrijven. En zo ja, dan zijn er maar weinigen die dat werkelijk afmaken en publiceren. Deprimerende gedachte? Misschien. Maar vergeet de brick wall niet.
Ik heb niet te maken met een enge uitgeverij, maar ik heb wel te maken met enge gedachten binnen mijzelf. Deze gedachten houden mij vaak tegen om te schrijven. Het gaat bij mij, en waarschijnlijk bij veel hobbyschrijvers, om onzekerheid en geen keuzes durven maken.
Ik twijfel veel over mijn schrijfkwaliteiten. Ik denk bijvoorbeeld dat ik eigenlijk meer moet gaan lezen, voordat ik écht een boek mag schrijven. Ik moet bekennen dat ik helemaal niet zoveel lees, ik heb er vaak geen geduld voor. Door meer te lezen, kan ik van andere schrijvers leren en mijn eigen schrijfstijl verbeteren. Of ik zou eens wat schrijfcursussen moeten volgen en wat schrijfoefeningen maken. Of ik kan meer schrijftips op het internet gaan zoeken… Deze gedachten leiden mij af van het schrijven.
Mijn eerste stenen muur komt eigenlijk op het volgende neer: ik wil in één keer perfect schrijven. Ook al weet ik dat het een onmogelijke wens is, ik zoek naar perfectie. Ik stop met schrijven, en begin met twijfelen.
Dan is er nog een tweede muur: als ik niet perfect kan schrijven, wat zullen anderen dan wel niet van me denken? Ik vrees critici en hun kritiek, ook al is feedback voor een schrijver onmisbaar. Ben ik wel sterk genoeg om scherpe kritiek aan te kunnen?
Voor mij persoonlijk volgen na deze twijfels een moeilijke gedachte, waar ik soms mee vecht: wil ik dit eigenlijk wel?! Wil ik compleet voor het schrijven gaan? Wil ik dag in, dag uit, achter de computer of een schrijfblok kruipen? Zo niet, hoe wil ik het schrijven dan (serieus) aanpakken? Het is hard werk en het kost veel tijd. Na een volle dag werken voel ik ’s avonds niet de behoefte om te gaan schrijven. Bovendien wil ik nog zoveel andere dingen doen! Deze twijfels, en het uitstellen van belangrijke beslissingen, leiden tot stilstand. Ik kan niet kiezen!
Misschien lukt het me om deze muren te doorbreken, of om slim over ze heen te klimmen. Ik heb al een truc bedacht: het is erg grappig en nuttig om mijn interne muren als personages te zien, die deel van mijzelf uitmaken. Zo is er de onzekere perfectionist, de zure criticus, en de ambitieuze vrouw met acht benen die alle kanten op willen rennen. Bovendien weet ik nu waar mijn problemen liggen. Ik kan nu gaan kijken hoe ik deze kan gaan bevechten.
Iedereen heeft een muur. Of het nou een strenge uitgever, perfectionisme, een writer’s block, of iets anders is. Het gaat erom dat je deze muren weet te doorbreken en OF je ze wilt doorbreken. De muur is er om je te testen: wil je wel graag genoeg schrijver worden?
*Randy Pausch is helaas op 25 juli 2008 overleden. Lees meer over hem op Wikipedia.
Hier zijn een aantal wijze lessen van Randy Pausch, die jou, als schrijver, kunnen inspireren:
- “When you see yourself doing something badly and nobody’s bothering to tell you anymore, that’s a very bad place to be. Your critics are the ones telling you they still love you and care.” (dus: wees blij met kritiek op je schrijfwerk!)
- “Don’t complain; just work harder.”
- “Experience is what you get when you didn’t get what you wanted.”
- “Never give up: There are certain times that you think, “OK, you have beaten me down to my knees. And now the challenge is, I am on my knees and you keep on beating me down. And the question is, are you going to keep beating me all the way to the ground or will I find a way to struggle my way back on to my feet.”
- “It is not the things we do in life that we regret on our death bed. It is the things we do not. Find your passion and follow it.”
- “You just have to decide whether you are Tigger or an Eeyore. You have to be clear where you stand on the Tigger/Eeyore debate.” (oftewel: ben je een optimist of een pessimist?)
(bron: wikiquote/randypausch)
Reacties
Oh, mijn gedachten en angsten, en jij schrijft ze erg goed op!
Mijn brick wall is zo hoog en dik dat ik het niet eens kan verwoorden. Maar gelukkig heb jij het een naam kunnen geven.
Mijn mening is dat je meer voor je passie moet gaan dan voor je perfectionisme. Schrijven is zo transparant: je eigen gevoelens worden snel gereflecteerd in je werk. En wat is nu indringender om te lezen: een gepassioneerd geschreven boek, of een perfect boek? Mijn advies is dus: Werk vanuit jezelf, de buitenkant komt bij het editten wel.
@Nanine: helemaal mee eens! Een gepassioneerd geschreven boek heeft gevoel, en dat komt over op de lezer. Een goede gedachte voor alle schrijvers.
Toch denk ik dat enige oefening nodig is. Zo merk ik dat ik een aantal woorden te vaak gebruik, en het is goed om je daar bewust van te zijn (en synoniemen te zoeken, haha).
@J.A.: ik ben inmiddels al deels door mijn brick wall heen gebroken. Op dit moment wil ik geen fulltime schrijver zijn. Daarvoor vind ik mijn werk in de media te leuk. Maar ik weet ook dat ik het schrijven niet wil opgeven: ik denk dat ik mezelf als ‘multi-jobber’ ga zien, waarbij het schrijven ook een ‘job’ is (ipv hobby).
Nu moet ik mezelf alleen nog dwingen om vaste uren voor het schrijven in te roosteren. En dan eens kijken hoe het gaat.
@ T.A.P.
Ja, oefening is zeker nodig. Maar ik denk dat oefening vanzelf komt. Zo lang als je maar blijft schrijven, en zo lang je je werk achteraf maar edit. Van dat editten leer je heel veel!
Maar ik denk dat een schrijfwerk zelf niet primair een oefening moet zijn. Het moet je schrijfwerk zijn. Dat je ervan leert, en dat je dus bij elk boek beter wordt, is alleen maar mooi meegenomen.
Je hebt me wel nieuwsgierig gemaakt naar je schrijfstijl. Kan je me een voorbeeld geven van wat je te veel gebruikt, en waarin dat zich uit?
@Nanine: één van mijn problemen is de neiging om constant te willen editten. Maar ik weet mijn innerlijke criticus al redelijk in bedwang te houden. Achteraf editten is inderdaad veel beter!
Ah, voorbeelden, daar heb je me! Ik ben nog erg zoekende qua schrijfstijl, maar ik weet wel een paar problemen waar ik al bewust aan werk: ik kan hele lange, onoverzichtelijke zinnen maken (nadeel van een academische vorming, denk ik). Sinds ik van beroep webredacteur ben, ben ik actief bezig mezelf te verbeteren.
Verder zie ik vaak achteraf wat voor woorden ik veel gebruik. Het zijn meestal van die ‘tussen’-woorden: ook, erg, nu… Het helpt dan om met Word te kijken of ik zo’n woord écht te vaak gebruik.
Bij dialogen is het moeilijk om niet te vaak ‘hij zei’ en ‘zij zei’ te gebruiken (vooral als je meer dan twee personen in een dialoog hebt, dan moet je wel aangeven wie wát zegt). Ik denk dat dat wel een algemene uitdaging voor schrijvers is…
Heb jij ook bepaalde uitdagingen in je schrijven?
Eindelijk! Hier dan mijn reactie.
Ik zelf zit altijd te stoeien met de woordvolgorde in zinnen. Vaak kan het alle twee wel, maar wat is dan mooier? Wat geeft de sfeer beter weer? Of soms klinkt het heel houterig, en dan kijk ik of het andersom beter loopt. Ik heb vandaag opgelet voor een voorbeeld, en die geef ik nu hier.
Ik heb nu de zin:
‘Ik zal bij hem blijven en ervoor zorgen dat hij zijn bed niet verlaat. Jullie kunnen dan met hem doen wat jullie willen.’
(Het gaat hier om een koning die ziek wordt gemaakt, zodat de vijand hem kan overmeesteren.)
Ik wil dat ‘met hem’ graag in de zin houden, maar het staat houterig.
Maar:
‘Jullie kunnen dan doen met hem wat jullie willen.’
vind ik nog houteriger.
Een andere mogelijkheid is:
‘Jullie kunnen dan wat jullie willen met hem doen.’
Maar dit geeft weer een soort willekeur weer, en dat is zeker niet het plan van de daders.
Zo speel ik met woorden, zinnen, en de beelden die ze oproepen. En vaak is het puzzelen, en soms is het concessies doen.
Plaats een reactie