Leeg, wit, blanco

21 oktober 2008

Writer’s block, schrijfvrees, schrijfpijn, de ‘brick wall’, onrust en witte pagina’s, alles is langsgekomen toen we de obstakels bespraken die schrijvers tegenkomen. De oplossing is meestal: probeer het maar gewoon, dan klim je stap voor stap uit het dal, klauter je over de muur, ga je door de pijn en laat je je vrees achter je. Maar waarom werkt dat nu niet?

Zelfs met dit blog heb ik grote moeite, en dat is me nog nooit overkomen. Meestal spookt er altijd wel een ideetje door mijn hoofd, dat met een beetje inspanning omgevormd kan worden tot een acceptabele bijdrage voor de website. Helaas zat dat er deze keer niet in. Misschien heb ik te weinig druk op mezelf gelegd: al voor mijn vakantie naar Amerika wist ik dat ik na een week een NUSA-blog af moest leveren. Maar ik bleef herhalen dat ik op vakantie wel geïnspireerd zou raken. Dat het na terugkomst enkel een kwestie was van gaan zitten achter de computer en mijn vingers te laten uittikken wat er in mijn hoofd al bedacht was. En was ik te gemakkelijk met het onderdrukken van kleine ideetjes toen ik op de freeways van Nevada uit het raam staarde. Vertrouwde ik te veel op mijn ‘het komt wel goed’ gevoel? Soms komen dingen niet uit zichzelf goed, en moet je er toch echt moeite voor doen.

Op dat punt ben ik nu aangekomen. Er doemt een grote muur voor mij op, en die muur is ook nog eens dik. Daarachter ligt een prachtig land met interessante personages, spannende verhalen en de NUSA-blogideeën groeien er aan de bomen. Maar eroverheen klimmen gaat niet: de muur is glad, ik heb geen houvast en het is veel te vermoeiend voor een slap meisje als ik. En achter me gebeurt ook nog eens van alles, daar gaat het leven in volle vaart door en daar moet ik ook aan meedoen. Dus elke keer als ik een beetje grip heb op de muur en mijn blik naar boven richt, trekt er iemand aan mijn broekspijp, kijk ik achterom en sta ik weer met beide benen op de grond.

Zoals ik in mijn vorige blog schreef, moet je af en toe een stapje terug doen. Alles even laten bezinken. Dus besluit ik nu dat ik met mijn rug tegen de muur ga zitten. Ik geef me gewonnen. Deze muur is nu te hoog voor me.  Maar acceptatie is toch de eerste stap naar genezing? Je krijgt mij niet weg bij deze muur. Ik wacht geduldig tot er een touwladdertje over de muur wordt gegooid, en een heldhaftig personage zijn hand naar mij uitreikt om me over de muur te helpen.

Plaats een reactie