Wit

15 januari 2005

Ik heb zo’n hekel aan nieuwe hoofdstukken. Ik zit vol met ideeën en goede plannen, maar daar is dat lege blad.

Of eigenlijk, dat lege kladblok, en dan doel ik op dat Windows-programma. Ik schrijf namelijk meestal op de computer. Ik ben iemand die nooit iets in één keer goed schrijft en de computer maakt het voor mij mogelijk om alles duizend keer te kunnen wijzigen. Het is dan misschien niet erg spontaan meer, maar zo werk ik nu eenmaal het liefst.

Dat lege scherm is een probleem. Er is voor mij niets dat mij minder inspireert dan dat lege veld. Het wit brandt in mijn ogen als ik er naar staar, in de hoop om ergens in dat felle licht de beginzin te zien die maar niet wil komen. De eerste zin. Waarom is dat zoveel moeilijker dan de tweede zin? Hoe moet ik nou beginnen? ‘Er was eens’ klinkt namelijk zo afgezaagd en ik ben nu eenmaal niet met een sprookje bezig. Moet ik dan met de deur in huis vallen? Dat ligt er maar aan. Het liefst begin ik met een omschrijving van het weer. Maar ja, na twintig hoofdstukken begint dat ook erg ‘standaard’ te worden.

Ik bedacht laatst dat een leeg scherm mij blokkeert. Zodra er iets staat, dan kan ik daar op voortbouwen. Die leegte lijkt echter al mijn leuke plannen uit mijn hoofd te zuigen en in een onzichtbaar zwart – of eigenlijk wit – gat te doen verdwijnen. Waar ze blijven mag Joost weten.

Mag ik dit eigenlijk wel een ‘writers block’ noemen? Het is niet alsof ik compleet vastloop op het verhaal en geen ideeën er meer voor heb. Integendeel, ik heb daar voldoende van. Het probleem is dat ik niet weet hoe ik moet beginnen, elk hoofdstuk weer. Zal hier al een term voor bestaan? Zullen de professionele schrijvers dit probleem wel eens bespreken onder elkaar? Of ben ik een eenling? Een geval apart? Heb ik de ‘lege-bladzijde’-ziekte die niemand anders heeft? Ik hoop dat het niet besmettelijk is dan.

Ik heb er verder nog niemand over gehoord, dus ik heb besloten om mezelf maar van dit apart soort ‘writers block’ te genezen. Of ik leer in ieder geval hoe ik er het beste mee om kan gaan. Ik begin een hoofdstuk tegenwoordig met het eerste wat er in mij opkomt. Dat kan ik later altijd weer wijzigen en dan heb ik inmiddels genoeg stof om mee te werken. Dit blijkt voor mij heel goed te werken. Ik moet het gevoel, dat de eerste zin perfect moet zijn, laten varen.

Het blijft echter onvermijdelijk om naar een leeg scherm te staren. Er moet altijd wel een begin gemaakt worden. Misschien zou ik met m’n ogen dicht moeten gaan typen, dan zie ik dat witte licht tenminste niet. Of een grote zonnebril, die het felle licht voor mij tegenhoudt. Ik zie helaas ook zonder ernaar te kijken een leeg scherm. In mijn hoofd is een nieuw hoofdstuk net zo leeg als op de computer. Ik kan wel voor me zien wat er gebeurt. De beelden zijn er wel, maar de woorden blijven weg.

Ik blijf een hekel houden aan nieuwe hoofdstukken. Een hoofdstuk eindigen blijft mijn favoriete bezigheid. Net als deze tekst. Ik voel nu al dat ik er een einde aan mag breien en ik ga er sneller van typen. Nee, ik heb geen hekel aan schrijven, dat is het zeker niet. Ik houd ervan om mijn verhaal te kunnen vertellen. Maar hoe moet ik beginnen?

Plaats een reactie