Noodgedwongen experiment
25 mei 2009Over het algemeen ben ik nogal kieskeurig als het aankomt op de plek waar ik schrijf. Inspiratie en ideeën kun je natuurlijk overal krijgen, maar als het gaat om het echt uitschrijven van stukken, stel ik toch wel een aantal eisen aan mijn omgeving.
Zo wil ik het liefst dat het zo stil mogelijk is om me heen. Muziek, schreeuwende kinderen, maar zelfs mensen die op normaal volume praten: het zorgt er allemaal voor dat ik me niet goed genoeg kan concentreren. Andere schrijvers zeggen me weleens dat ik me daar gewoon voor moet afsluiten, maar dat is me tot nu toe helaas nog niet gelukt. Dus als ik wil gaan schrijven, zonder ik me het liefst zoveel mogelijk af.
Daarnaast wil ik uiteraard wel een beetje comfortabel kunnen zitten. Dat hoeft dan heus niet meteen een ergonomische bureaustoel te zijn of iets dergelijks, maar het is toch wel fijn als ik een plekje kan vinden dat een beetje zacht is aan mijn billen en lief voor mijn rug.
En verder schrijf ik eigenlijk ook wel het liefst op mijn laptop. Ik ben niet zo van het ouderwetse pen-en-papier-werk. Ten eerste moet je het dan later altijd nog wel een keer overtypen, want met een handgeschreven manuscript kom je tegenwoordig nergens meer, wat je er ook mee wilt doen. En ten tweede is mijn handschrift bij tijd en wijlen zo slecht dat ik moeite heb het zelf nog te ontcijferen.
Op zich valt mijn eisenlijstje dus nog wel mee, maar vooral de restrictie dat het zo stil mogelijk moet zijn, zorgt ervoor dat ik in de praktijk eigenlijk alleen in mijn eigen huis schrijf, waar ik alle lawaaibronnen zoveel mogelijk kan buitensluiten. Maar soms is dat wel een beetje lastig. Zoals nu bijvoorbeeld. Het was namelijk weer tijd voor een nieuw blog op deze site en ik was aan de beurt om er een te schrijven. Alleen had ik hier thuis niet echt tijd voor.
Nu had ik dit als een probleem kunnen zien, maar ik besloot het gewoon dapper als een ‘noodgedwongen experiment’ te bestempelen. Ik moest dit weekend namelijk wel wat reizen met de bus, dus ik besloot die reistijd om te dopen tot schrijftijd en eens te kijken hoe dit zou gaan.
Natuurlijk ging het meteen al mis. Ik had me net goed en wel geïnstalleerd op mijn busstoel met pen en papier in de hand, toen er ineens een oude bekende de bus in stapte. Tijdens die busrit heb ik dus welgeteld 0 woorden op papier gekregen, omdat ik het veel te druk had met bijpraten.
Maar ik kreeg nog een herkansing op de terugweg. En warempel, er zat geen enkele bekende in de bus. Dat was dus al een veelbelovend begin. Maar net toen ik de eerste paar woorden van dit weblog had neergepend, besloot een man een paar stoelen verderop dat het de hoogste tijd was om eens lekker luidruchtig met iemand te bellen. Nu heb ik sowieso al een hekel aan mensen die zo hard bellen in het openbaar dat ik hun hele levensverhaal ongewild meekrijg. Maar ik kan je nu vertellen dat die irritatie nog tien keer groter is als ik op dat moment ook nog eens iets probeer uit te schrijven. Ik deed heel hard mijn best om de blèrende man te negeren, echt waar, maar toch merkte ik dat ik na één of twee woorden schrijven telkens weer werd afgeleid door zijn gebrabbel.
Maar gelukkig voor mij had de beller vandaag geen zin om zijn hele levensverhaal door de telefoon te delen, dus na vijf minuten kon ik weer redelijk ongestoord verder schrijven. Tot een van de andere passagiers blijkbaar een van zijn favoriete nummers op zijn IPod voorbij hoorde komen en besloot hem eens flink hard te zetten. Best storend, al had het erger gekund, want het was tenminste rockmuziek en geen dance of iets dergelijks.
Maar ook hier had ik weer geluk, want eenmaal op de snelweg maakte de bus zelf zoveel lawaai dat ik de muziek niet meer hoorde. En laat ik dat gerammel en gesuis van de bus nu net wel kunnen buitensluiten, waarschijnlijk omdat dit van die heerlijk monotone geluiden zijn.
Dus hier zit ik dan, in de bus, en vreemd genoeg lijkt het erop dat ik dit ‘noodgedwongen experiment’ nog geslaagd kan noemen ook. Ik heb immers toch maar mooi dit hele weblog uitgeschreven, en dat ondanks de herrie van luidruchtige bellers en muziekfanaten, de niet al te comfortabele busstoelen en met slechts pen en papier tot mijn beschikking. Zou het universum mij soms een handje hebben geholpen, wetend dat het toch echt hoog tijd was voor een nieuw NUSA-blog? Of moet ik dit experiment misschien toch eens wat vaker gaan herhalen? Hoe het ook komt, vanaf nu zal ik in ieder geval toch eens wat regelmatiger met pen en papier op schoot in de bus gaan zitten. Je weet tenslotte maar nooit…
Reacties
Ik zou meteen misselijk worden in de bus; maar goed, ik kan niet zoveel hebben wat dat betreft.
Wel grappig is dat ik juist niet zonder muziek kan. Al dient die muziek vaak ook weer om andere geluiden buiten te sluiten!
Plaats een reactie