Hoe Logica het Won van Fantasie

8 juni 2009

Laatst keek ik naar de film Pan’s Labyrinth. Ofelia, de tienjarige hoofdpersoon, leeft nog heel sterk in haar eigen fantasiewereld. Volwassenen waarschuwen haar dat ze het geloof in feeën en faunen zal verliezen zodra ze ouder wordt. Ofelia lijkt zich van die opmerkingen niets aan te trekken, maar ze deden mij herinneren aan mijn oude fantasiegeloof, en mijn angst om het te verliezen.


Als jong meisje was ik altijd bang dat ik mijn fantasie zou verliezen zodra ik volwassen werd. Ik kon uren dagdromend doorbrengen in de tuin of, ’s avonds, in mijn bed. Ik moest er niet aan denken om de fantasiewerelden, de vele personages, en de talrijke avonturen kwijt te raken! Net als Peter Pan wilde ik niet opgroeien, maar ervoor weglopen kon ik niet.

Die angst kwam niet zomaar ergens vandaan, ik had het namelijk al meegemaakt met het regelloze spel! Kijk maar eens naar kleine kinderen: vaak snap je niks van wat ze aan het doen zijn en waarom ze het zo leuk vinden. Jarenlang speelde ik zo’n chaotisch spel met vriendjes, die ik maar een paar keer per jaar zag. Ik weet nog dat het over Bassie en Adriaan ging, en dat wij hen hielpen met het opsporen en vangen van boeven. Ik herinner me ook dat het heel spannend en leuk was om te doen.

Er kwam echter een jaar dat we het spel weer wilden spelen, maar niet wisten hoe we moesten beginnen. We keken elkaar aan: wat was er ook alweer zo leuk aan? Deden we echt alsof dat speelgoedautootje een telefoon was? En die papieren, vol met omcirkelde getallen, wat deden we daarmee? Wat waren de regels en hoe kon je winnen?! Het regelloze spel was voor ons een verloren zaak, en we gingen verder met tikkertje. Dat had tenminste wel duidelijke richtlijnen!

Toen ik een jaar of 6 was, zag ik een heks op een bezemsteel langs mijn slaapkamerraam vliegen. Ik zag haar schaduw voor de zon voorbij flitsen. Doodsbang kroop ik onder de dekens van mijn bed. Nu, 20 jaar later, zou ik beargumenteren dat het een zwaluw of een spreeuw moet zijn geweest. Vliegende heksen op bezemstelen bestaan immers niet, toch? Door logica te gebruiken, kun je (de meeste) enge dingen verklaren. Daardoor zie je onderscheid tussen wat echt is en wat niet. En het lucht ook wel op, om te weten dat er écht geen monster onder je bed zit te schuilen!

Logica heeft mijn kinderlijke fantasie doen vervagen: geen vage, maar uiterst amuserende, spelletjes meer. Ik zal ook, zeer waarschijnlijk, geen heks meer voorbij zien vliegen. Echter, ik kan opgelucht ademhalen: de rest van mijn fantasie heb ik behouden, ook nadat ik een volwassen leeftijd had bereikt! En gelukkig kan ik die fantasie nog altijd kwijt als lezer, als kijker, en bovenal als schrijver.

Reacties

  1. J.A.
    8 juni 2009 13:16

    Wat een leuk blog! Waarschijnlijk is het zo dat iedereen op een gegeven moment beseft dat ze geen kinderlijke fantasie meer hebben, maar dan hun schouders ophalen en verder gaan met hun saaie grote mensen leven. Ik denk dat het heel goed is dat je er over nadenkt en redeneert dat je dan niet je complete fantasie kwijt hoeft te zijn :)

  2. Chris Stapper
    18 december 2009 22:14

    Leuk stuk! Uiteindelijk eindig je dus met logica, maar hoef je niet al je fantasie los te laten. Gelukkig komen we ook terug van het idee dat logica en ratio zaligmakend zijn.

    Misschien hebben mannen trouwens de mazzel altijd een beetje kind te blijven?;)

Plaats een reactie