Stimulering
22 juni 2009Wat zouden we doen als we nooit gestimuleerd zouden worden om iets te doen? Wat zou er van ons worden? Heel weinig waarschijnlijk.
De belangrijkste stimulans om iets te doen is dat je een doel voor ogen hebt. Je wilt B en om dat te bereiken moet je wel eerst A doen. Mijn doel was altijd ‘schrijfster worden’ zodat ik voor altijd en altijd kan schrijven. Maar er klopte iets niet aan die redenering. Ik wilde schrijven om voor altijd te kunnen schrijven. Het middel werd het doel. Of misschien werd het doel het middel om een nieuw doel na te streven, namelijk de fata morgana van het romantische schrijversschap. Een echt, bereikbaar doel om na te streven, verdween dus eigenlijk.
Hoewel het goed is om dit te realiseren, verdwijnt er wel een zekere stimulans mee en dit maakt het het er niet gemakkelijker op om schrijfsels af te maken. Ik vind schrijven namelijk heel leuk en ik heb wel van die geweldige inspiratie-momenten, maar over het algemeen is schrijven vooral hard werken. En als de inspiratie stokt en het moraal laag is, is het moeilijk om teksten uit mezelf te persen. Helaas is het juist dán zo belangrijk om te blijven schrijven. Want zodra je stopt en uit de schrijf-flow raakt, wordt het alleen maar moeilijker om het weer op te pakken. Ik heb de juiste methode voor mezelf nog niet echt gevonden om toch aan het schrijven te gaan. Soms helpt het om gewoon achter de computer te gaan zitten en een document te openen en een andere keer kan ik beter op mijn ‘inspiratieboard’ kijken. Mijn inspiratieboard is eigenlijk een soort moodboard maar dan met teksten. Ik heb inspirerende zinnen -zowel uit eigen werk als uit andermans werk- uitgeprint, uitgeknipt en op een groot wit vel geplakt. Mijn inspiratieboard herinnert mij eraan hoe leuk ik schrijven vind en hoe leuk ik mijn verhalen vind en dat is alle stimulans die ik nodig heb. Ik moet wel zeggen dat het negen van de tien keer niet werkt en ik mezelf een uur later achter de computer terugvind, starend naar een leeg scherm of geobsedeerd Spider spelend.
Toegegeven, ik weet dus niet echt wat voor mij werkt, maar gelukkig weet ik wel wat niet werkt:
Drank
Je hoort het zo vaak, schrijvers die dronken worden om beter te presteren, hoewel het dan meestal over schrijvers uit het (veel leukere, rock ’n roll) verleden gaat. Maar wat mij betreft bevordert alcohol drinken het schrijfproces niet. Ik voel me meestal wel extreem geïnspireerd als ik heb gedronken en mijn ideeën zijn best goed, maar de uitvoering is dramatisch. Als ik het geschrevene de volgende dag weet te ontcijferen, heb ik daar meestal spijt van omdat de schrijfstijl om te huilen is. Gevolg: ik kan alles weggooien behalve het achterliggende idee.
Spullen
Wat ik meestal ook direct weg kan gooien, zijn alle spullen die ik koop om mij te helpen bij het schrijven. Ik koop namelijk niet alleen papier en pennen, maar ook mini-encyclopedieën (waar ik nooit écht iets in opzoek), trommels (want waarom zou ik mijn songteksten niet zelf a-ritmisch begeleiden) en mappen in alle kleuren en maten (want ik wil mijn teksten natuurlijk wel opbergen in tien verschillende mappen). Uiteindelijk helpt het nooit. Bovendien ben ik het na twee weken al helemaal zat en staat het vervolgens alleen maar ruimte in te nemen die ik eigenlijk helemaal niet kwijt kan.
Idealiter zou ik een deadline hebben. Want deadlines zetten voor mij precies de juiste druk. Helaas geldt dat alleen voor echte, officiële deadlines en daarvoor moet ik toch echt eerst professioneel schrijfster zijn. Altijd leuk, die vicieuze cirkels.
Reacties
Met drank kan je wel je inspiratieboard vullen.
En moet ik jou nu ook een deadline gaan geven dan? Je hoeft in ieder geval niet zelf te trommelen; a-ritmisch beheers ik ook goed.
Morgenavond elf uur, twee teksten op de mail
Plaats een reactie