Herinneringen en dromen

5 september 2004

Er staat weer een nieuw studiejaar voor de deur, heel erg voor de deur, want aanstaande dinsdag mag ik weer plaats gaan nemen in de collegebanken.


Ik word aan het begin van zo’n nieuw studiejaar altijd een beetje melancholisch, ten eerste omdat de lange zomerdagen voorbij zijn maar vooral wanneer ik me realiseer hoe snel de tijd toch vliegt. Ik kan me nog als de dag van gisteren herinneren hoe ik begin september 1999 naar 4vwo ging en nog bijna te laat kwam voor de introductie, omdat het zulk mooi weer was en ik eerst met m’n vriendinnen ijs ging eten. Drie jaar later, in september 2002, stond ik op het Domplein, overweldigd door de enorme toren in wiens schaduw ik stond te blauwbekken ondanks het mooie weer dat voorspeld was.

En nu, begin september 2004 terwijl de regen - wel met tussenpauzes - met bakken uit de hemel valt, denk ik aan meer dan die eerste indruk die ik van Utrecht kreeg. Ik denk aan hoe het noodlot mij bij in het introductiegroepje de Argonauten bracht en hoe mijn vriendschap met Aurora, Calliope en Selene in de afgelopen twee jaar is ontwikkeld. In september 2003 had ik nog geen idee wat het komende jaar mij zou brengen; ik hoopte dat ik zou gaan verhuizen, maar ik wist niet dat ik echt een Utrechtse zou worden. Ik hoopte dat de andere Argonauten het verhaal wat ik aan het bedenken was leuk zouden vinden, maar ik wist niet dat het verhaal wat ik in augustus 2003 verzon, snel vervangen zou worden door Bestemming Onbekend. En ik wist zeker niet dat NUSA een feit zou worden, maar onze eerste NUSA Natalis komt al dichterbij, en we zullen er zeker een feest van maken.

De tijd vliegt echt voorbij en ik kijk uit naar wat dit volgende studiejaar mij en NUSA zal brengen. Ik hoop dat ik voor het eind van september MTB af kan maken, want dan heb ik die klus in één jaar geklaard, maar hopen brengt nog geen zekerheid. Ik heb gisteravond het laatste hoofdstuk geschreven, maar dat luidt slechts een hele nieuwe redigeerronde in. En als de colleges weer beginnen en ik weer bedolven word onder leeswerk, essays en verplicht televisiekijken, lijkt er minder tijd te zijn om te schrijven. Toch hoop ik dat het net zo zal gaan als vorig jaar, toen ik in de vakantie helemaal klem zat in een overvloed aan karakters zonder plot, en pas na de vakantie met een nieuw idee kwam.

Misschien is schrijven dus wel meer een kwestie van afwachten en zien wat er gaat gebeuren, zonder dat je daadwerkelijk kan plannen wat en wanneer je wilt schrijven. Want eigenlijk had ik voor deze week wel honderd ideeën voor het weblog, maar als het er dan op aan komt blijken al die ideeën toch niet te werken en verval ik in mijn gebruikelijke eind-van-de-vakantie-gemijmer. Niet dat ik altijd maar terugdenk aan die goeie, oude tijd. Oh nee, ik kijk ook uit naar de toekomst! Want net zoals al mijn lezers ben ik zeer benieuwd naar hoe mijn verhalen af gaan lopen. In vergelijking met wat ik van de anderen hoor, lijken mijn schrijfbezigheden namelijk enorm ongestructureerd. Ik schrijf namelijk niet echt naar een einde toe. Ik bedenk vaak meerdere mogelijke eindes, en tegen de tijd dat het laatste hoofdstuk van het verhaal dan daadwerkelijk nadert, blijkt er wel welk einde het beste past. Raar, maar waar. Ik laat de karakters beslissen welk einde het beste bij hen past, want zoals het er nu uitziet zal MTB heel anders eindigen dan wat ik oorspronkelijk voor Merijn in petto had. Maar ja, wie kan er nu echt een eind voorspellen, alles loopt zoals het loopt. Ik kan alleen maar hopen en dromen dat ik MTB nog steeds leuk vind als ik moet gaan redigeren, maar ik geloof ook in “the dreams that you dream of, dreams really do come true”, zoals Louis Armstrong zachtjes in m’n oor zingt.

Plaats een reactie