Kortschrijven

9 oktober 2004

Ik merk het constant, ik hoor er niet bij, ik ben niet zoals de anderen. Of ik nu een opdracht maak, een essay schrijf of een weblog, het is niet hetzelfde. Het is kort. Maak kennis met een kortschrijver.

Ik zal eens beginnen met goed uit te leggen wat een kortschrijver is. Een kortschrijver is iemand die, in tegenstelling tot een langschrijver, heel beknopt schrijft. Dat is niet altijd even makkelijk. Er zijn mensen die mij benijden om de ‘gave’ beknopt te schrijven maar ik vind het vaak behoorlijk lastig. Het is voor mij moeilijk om tot een minimum aantal woorden te komen, net zo moeilijk als het voor langschrijvers is om hun schrijfwerk terug te brengen tot het maximum aantal woorden. Na elk woord bekijk ik weer hoopvol hoeveel woorden ik heb geschreven, maar de minimum grens lijkt meestal onmogelijk ver weg. Zelfs bij het schrijven van een weblog ben ik nogal eens bezig mijn korte stukje op een zinnige manier uit te breiden. Dit terwijl de andere NUSA-leden vaak aan het zwoegen zijn om de grootte van hun stukje binnen de perken te houden. Ik ben namelijk de enige kortschrijf-NUSA.

Maar het grootste probleem als kortschrijver zijn huiswerkopdrachten. Het is zo ontzettend frustrerend om alles dat je weet over een onderwerp opgeschreven te hebben en nog niet eens op de helft van het aantal woorden te zijn. Wat blijft er dan nog over om te schrijven? Er valt niks meer toe te voegen, de rest is enkel loze informatie. Wanneer het ‘artistiek’ schrijfwerk betreft valt er altijd nog wel wat interessants te vertellen maar als ik iets voor de universiteit moet schrijven, dan wordt dat moeilijker. Vooral de laatste tijd, nu ik het heel erg druk heb lijkt het moeilijker en moeilijker te worden. Ik heb minder tijd om informatie te zoeken en minder informatie betekent automatisch een korter stukje.

En zelfs nu, terwijl ik dit weblog schrijf worstel ik met de woorden. Waar blijft het grote stuk dat ik verwachtte te schrijven? Waar blijven de woorden? Waarom liggen mijn handen bewegingloos op mijn bureau in plaats van driftig te schrijven? Waarom is mijn hoofd opeens zo leeg? Hoe kan het zijn dat ik een kwartier lang niks anders doe dan in de leegte staren, of staren naar de paar woorden die ik al wel heb geschreven. Hoe kan ik zeggen dat ik een schrijfster ben als ik niet eens een blaadje vol kan schrijven?

Hoe vervelend ook, het kortschrijven hoort wel echt bij mij. Zo kan ik mij vaak beter uiten in een gedicht of in een songtekst dan in een heel verhaal. Het is voor mij makkelijk om iets in een korte zin te zetten, ik kan als ik echt mijn best doe grote stukken tekst in één zin zetten. Maar het is niet mogelijk om één zo’n zin op te rekken naar een groot stuk tekst. Ik weet niet of ik wel een schrijfster ben. Waarschijnlijk ben ik meer een dichteres die ook wel eens wat anders wil. Ach, daar is toch ook niks mis mee?

Plaats een reactie